| :: Welkom
:: Het Pennoen :: Contact :: Juridisch |
:: Teksten
:: Links :: Agenda |
:: E-bonnement
:: Zoeken |
![]() |
Professor Speleers, een biografieBespreking van het boek van Joris De DeurwaerderAuteur(s): Jef TurfPublicatie: 19 november 2004Een schitterend werkstuk, dat iedereen die belang stelt in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging zou moeten lezen: de biografie van professor Reimond Speleers (1876-1951). Joris Dedeurwaerder heeft met zijn boek niet alleen de merkwaardige en dramatische levensloop van deze activistische arts, professor, rector en banneling boeiend weten te vertellen. Zijn verhaal schetst meteen, met een overvloed aan interessante details, wetenswaardigheden en erudiete commentaren, het verloop van de cruciale decennia van de Vlaamse Beweging tijdens de eerste helft van de bewogen 20ste eeuw. Een tijd die tot vandaag nawerkt. Speleers groeide op in een zeer katholiek kleinburgerlijk milieu en werd als student aan de Leuvense universiteit vlug een vooraanstaand woordvoerder van de flamingantische studenten, een machteloze elite die zelfs haar taal niet werd gegund. De Belgische heersende burgerij, kapitaal en clerus, was fanatiek franskiljons, en beschouwde het Vlaams als een boerengebrabbel van laag allooi, ongeschikt voor onderwijs en wetenschap. De Leuvense (sterk anti-socialistische) studenten situeerden de Vlaamse ontvoogdingsstrijd op louter cultureel gebied: de volksverheffing zou het resultaat worden van een onderwijs in de moedertaal. De Vlaamse beweging slaagde er in een ontwakende Vlaamse elite te verenigen achter de taalstrijd. Zoals de franskiljons en de Belgische leidende klasse aanleunden bij Frankrijk, zo ontstond bij de flaminganten de germanofilie. Speleers zou na zijn Leuvense studies gaan specialiseren in Berlijn. De politieke strijd voor een Vlaamse hogeschool in Gent, waarvan de peripetieën schitterend worden beschreven door Dedeurwaerder, botste steeds op de brutale weigering van de Belgische en franssprekende Vlaamse leidende klasse, hierbij gesteund door een meerderheid van de Vlaamse verkozenen. De eerste wereldoorlog bracht daar verandering in: wat niet lukte onder het bewind van de volksvreemde franskiljons, zou slagen onder de Duitse bezetting. De "Von Bissing"-universiteit was geboren, niettegenstaande de hardnekkige tegenstand van de meeste franssprekende professoren. Speleers werd er benoemd als hoogleraar, en werd later rector. In deze fase wreekte zich de louter culturele dimensie van de activistische Vlaamse Beweging: Speleers en zijn medestaanders isoleerden zich van de Vlaamse bevolking, waarmee zijn geen organisch contact hadden. Geïsoleerd in hun universitair wereldje, hadden zij nauwelijks belangstelling voor de miserie van Vlaanderen onder de Duitse bezetting. Speleers, die altijd overtuigd was dat hij binnen de legale grenzen werkte, was zo naïef op het einde van de oorlog te denken de sleutels van de Vlaamse universiteit te kunnen overhandigen aan de Belgische overheid. Deze had andere plannen: ze zou ongemeen brutaal wraak nemen op de activisten en de vervlaamsing van de universiteit voor vele jaren terugdraaien. De Gentse woning van Speleers werd leeggeroofd en uitgebrand, en Speleers zelf kon zijn hachje slechts redden door te vluchten naar Nederland. De wraak van de Belgicistische franskiljons nam de vorm aan van een medogenloze repressie. In Nederland zette Speleers zich in voor de talrijke activistische vluchtelingen. Gezien zijn diploma als arts ongeldig was in Nederland, herbegon hij zijn medische studies. Na die met succes te hebben afgerond vestigde hij zich als arts in Eindhoven, terwijl hij actief bleef op wetenschappelijk en op politiek terrein. Tijdens het interbellum gleed de Vlaamse beweging snel af naar naar extreem-rechtse standpunten, ontstond het VNV en de DeVlag in het zog van het Hitler-fascisme. Eens te meer werd de redding verwacht van de Duitsers. Wanneer die op 10 mei ons land binnenvielen, dachten vele flaminganten dat het goede moment weer was aangebroken om de Vlaamse eisen te verwezenlijken. Ook Speleers, die uiteindelijk kon terugkeren naar Gent, in eer hersteld werd, opnieuw zijn academische functie verwierf en vergoeding uitbetaald kreeg voor de geleden schade na de oorlog van 14-18, speelde een belangrijke rol in de strijd voor de macht binnen de Duitsgezinde organisaties. Hij kreeg een leidende rol binnen het VNV. Snel ontdekte hij tot zijn verbijstering dat de bezetter helemaal niet van plan was enig gevolg te geven aan de eis voor autonomie voor Vlaanderen. Hitlers was gewoon van plan België en Nederland in te palmen als onderdeel van het Grote Duitse Rijk. Maar de deelname aan de collaboratie van Speleers was te ver gevorderd om er de voor de hand liggende conclusies uit te trekken. In tegendeel werd hij een vooraanstaand landverrader, geüniformeerd in dienst van de bezetter. Speleers zou ook bekend worden omwille van zijn deelname aan het onderzoek in het Poolse Katyn naar de massamoord op Poolse officieren. Later zou hem dat tijdens zijn proces kwalijk genomen worden, alhoewel de bevindingen van de commissie die de massamoord had onderzocht juist bevonden werden: niet de Duitsers, wel de Russen waren verantwoordelijk geweest voor de slachting, zoals Gorbatchov veel later uiteindelijk moest toegeven. Bij de bevrijding herhaalde de geschiedenis zich: de woning van Speleers in Gent werd geplunderd en hijzelf werd aangehouden en kwam terecht in het interneringskam van Lokeren. Eind 1947 werd hij veroordeeld tot 20 jaar bijzondere hechtenis terwijl hem al zijn titels, graden en openbare ambten werden ontnomen evenals zijn politieke rechten. Tijdens zijn gevangenschap takelde Speleers snel af. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in een Aalsterse kliniek, waar hij op 29 april 1951 overleed. Deze erg beknopte samenvatting doet onrecht aan het boek, dat door zijn uizonderlijk rijke oogst aan gedetailleerde informatie over de evolutie van Speleers en van de Vlaamse Beweging, deze periode en de lange tocht van flamingant naar collaboratie minutieus beschrijft, bijna alsof je zelf de fatale evolutie van het denken in die middens meemaakte. Reimond Speleers was een belangrijke en uitermate interessante figuur binnen de Vlaamse Beweging. Zijn onophoudelijke, princiepvaste strijd voor het recht op het gebruik van de moedertaal in onderwijs, wetenschap en justitie is bewonderenswaardig. Zijn belangstelling was veelzijdig. Naast zijn werk op zijn professioneel gebied (vooral oogziekten en neus-keel- en oorziekten), zijn streven om de Vlaamse taal geschikt te maken voor de wetenschap, zijn mateloze inzet voor de Vlaamse zaak, ging zijn interesse naar de theorie van de droom. Hij bestudeerde de 'wonderen' maarmee Therèse Neumann destijds heel de katholieke wereld in haar ban hield, en legde er rationeel de natuurlijke oorzaken van bloot. Over al die zaken hield hij ontelbare voordrachten voor een ruim publiek, als bijdrage tot de 'volksverheffing' van de Vlamingen. Moest hij niet schromelijk in de fout zijn gegaan, vooral tijdens de tweede wereldoorlog, dan zou hij ongetwijfeld herdacht worden als een man met uitzonderlijke verdiensten. Maar de balans tussen die verdiensten en zijn fouten werd tot hiertoe nooit gemaakt. Dit hiaat wordt in grote mate opgevuld door het werk van Joris Dedeurwaerder. De oorsprong van de ontsporing van Speleers ligt ongetwijfeld in de behandeling – de mishandeling – door de Belgische franskiljonse overheid omwille van zijn activisme tijdens de eerste wereldoorlog. Die overheid ontzegde het Vlaamse volk zijn elementair recht op onderwijs in de eigen taal. Samen met de Vlaamse franskiljonse collaborateurs en de kerkelijke overheid bestreed ze hardnekkig elke poging om het taalgebruik te democratiseren. Nooit is er één stem langs Franstalige kant opgekomen om dit mensenrecht te verdedigen. Aan het front werden Vlaamse soldaten gedood omdat ze de bevelen van de franstalige officieren niet verstonden. Nooit heeft het Belgisch establishment nadien enige fout willen toegeven, laat staan de verantwoordelijken veroordelen. Er is nooit een poging gedaan in de zin van een "Waarheids- en Verzoeningscommissie". In plaats van het zoeken naar rechtvaardigheid ging men over tot wraakroepende vervolgingen, tot zware vonissen wegens activisme, die meer geleken op een strafexpeditie van de overwinnaars dan op rechtvaardigheid. De franskiljons namen gewoon wraak omwille van de tegenstand die zij ondervonden tegen de totale verfransing van onze gemeenschap. (Eigenlijk is er tot vandaag nog niet veel veranderd in die houding: de vernederende arrogantie, de weigering in te gaan op de redelijke Vlaamse eisen is nog steeds het kenmerk van de Franstalige meesters. Niet één enkele Franstalige stem verheft zich om het elementair mensenrecht te verdedigen voor Vlaamse zieken om in onze hoofdstad in eigen taal behandeld te worden. En nog steeds vinden zij voldoende steun bij de Vlaamse Lamme Goedzakken die, als het er op aan komt, plooien omwille van de lieve communautaire vrede.) Dit alles praat de ontsporing van Speleers tijdens de tweede wereldoorlog niet goed. Maar het verklaart er tenminste de aanleiding van. Een overheid die de oorzaken van het onrecht niet bestrijdt, draagt grote verantwoordelijkheid voor de reactie van de slachtoffers. En Speleers was vooral een slachtoffer. Professor Speleers, een biografie. Door Joris De Deurwaerder. Perspectief-uitgavenen en Academia Press, 2002, 900 p, 38,00 €, ISBN 90-382-0243-1. ADVN, Lange Leemstraat 26, 2018 Antwerpen, 03/226.30.69. Deze bespreking verscheen eerder in Meervoud |
| Stefanieplein 39 :: 8400 Oostende :: 059/70.20.78 :: info@pennoen.org :: www.pennoen.org |